
Twee boten op dezelfde vleugels
Een daycruiser voor wie zelf aan het roer wil staan, en een veerboot voor vervoer over water in de stad: meer heeft Candela niet in het programma. De C-8 is bedoeld voor particulieren, de P-12 voor steden en vervoerders. Onder allebei zit dezelfde techniek: actief geregelde vleugels van carbon en de C-POD, een aandrijving die de werf zelf ontwikkelde. Die gedeelde basis verklaart voor een groot deel het tempo waarin het bedrijf vooruitgaat. Wat de veerboot in dagelijkse dienst leert, komt in de plezierboot terecht, en omgekeerd.
Candela C-8, een daycruiser op vleugels
Het vlaggenschip onder de plezierboten van Candela is 8,5 meter lang en heeft een romp van carbon. Er zijn drie uitvoeringen: de DC Interior met kajuit, de T-Top en de volledig gesloten Hardtop. De stroom komt uit een accu van Polestar met 69 kWh. Daarmee haalt de boot 57 zeemijl (ruim 105 km) bij een kruissnelheid van 22 knopen, en de topsnelheid ligt op 27 knopen. Naast de bestuurder is er plaats voor vijf gasten. Met 11 kW wisselstroom (AC) duurt laden 6,5 uur. Een DC-snellader van 135 kW brengt de accu in een halfuur van 10 naar 80 procent.
Zo krijg je een boot die zich anders gedraagt dan alles wat even lang is. Op een C-8 is 22 knopen geen sprint maar gewoon je reistempo. Het opgegeven bereik geldt immers precies bij die snelheid, niet bij een slakkengang met de romp diep in het water. Ook de kleine hekgolf telt mee, voor de boten die je inhaalt en voor de oevers waarlangs je vaart.
Goedkoop is de boot niet, en wat hij precies kost, vertelt Candela er zelf niet bij. De site candela.com toonde op 12 september 2026 geen prijs bij dit model. Het enige bedrag dat de werf ooit zwart op wit zette, staat in het persbericht waarmee ze de boot op 26 augustus 2021 lanceerde: € 330.000 exclusief btw. Dat cijfer is intussen ruim vijf jaar oud. In artikelen en in advertenties van bootdealers duiken andere bedragen op, maar die nemen we hier niet over. Een prijs waarop je kunt bouwen, krijg je alleen van de werf zelf.
Het eerste model, de C-7 uit 2019, bouwt Candela niet meer. Je vindt hem alleen nog op de tweedehandsmarkt. Met een accu van 40 kWh voer hij 50 zeemijl bij 22 knopen, en juist die boot bewees dat een elektrische draagvleugelboot als concept werkt en meer is dan een showmodel. De C-8 heeft met de accu van Polestar bijna driekwart meer capaciteit aan boord en komt bij dezelfde kruissnelheid toch maar zeven zeemijl verder dan zijn voorganger.

De P-12 als veerboot in Stockholm
Meer opzien baart de P-12. Geen andere elektrische veerboot op draagvleugels ter wereld kwam eerder in lijndienst. Het eerste schip van dit type, de Nova, begon op 29 oktober 2024 in Stockholm aan zijn dienst. Tussen Tappström en het stadhuis legt het 15 km af in ongeveer een halfuur, en sinds 2025 vaart het dagelijks op vaste tijden.
In de uitvoering Shuttle neemt de boot 30 passagiers mee, met een kruissnelheid van 25 knopen en tot 40 zeemijl op één acculading. De accu van 378 kWh neemt tot 300 kW gelijkstroom op en laadt in zo’n 45 minuten van 10 naar 85 procent. Voor transfers van en naar resorts is er de luxere Voyager, met plaats voor hoogstens twaalf gasten.
Bestellingen komen van alle kanten. Berlijn zet een P-12 in op de Spree, en Mumbai bestelde elf schepen voor vervoer over water in de stad. In Nieuw-Zeeland, aan Lake Tahoe en in Saudi-Arabië staan nog meer projecten op stapel. Wie elektrisch openbaar vervoer over water zoekt dat echt volgens dienstregeling vaart, vindt geen rijpere oplossing dan deze veerboot.
Ook een particuliere koper heeft iets aan die veerboot. Een schip in dagelijkse commerciële dienst maakt veel sneller draaiuren dan welke plezierboot ook. Dat gebeurt op dezelfde vleugels en met dezelfde C-POD die onder de C-8 zitten. Zwakke plekken in die techniek komen zo in de lijndienst eerder boven water dan bij een eigenaar die voor zijn plezier vaart.
Het bedrijf achter de vliegende boten
Wie het serieus over elektrische boten heeft, komt al snel bij Candela uit. Gustav Hasselskog richtte het bedrijf in 2014 op in Stockholm, met een helder uitgangspunt. De grootste zwakte van de elektrische boot, het korte bereik, wilde hij met natuurkunde oplossen in plaats van met een steeds grotere accu. Zo kwam hij uit bij de draagvleugelboot, ook wel hydrofoilboot genoemd. Til je de romp boven het water uit, dan verdwijnt het leeuwendeel van de weerstand. Dezelfde accu brengt de boot dan meerdere keren zo ver. In 2019 ging de C-7 in productie. Nooit eerder was ergens ter wereld een volledig elektrische draagvleugelboot in serie gebouwd.
Inmiddels loopt Candela wereldwijd voorop in deze categorie. In maart 2026 had het bedrijf in totaal € 129 miljoen bij investeerders opgehaald. Bij de laatste ronde stapte ook de IFC in, een onderdeel van de Wereldbankgroep. Het orderboek telde op dat moment meer dan 65 boten, en een tweede fabriek, berekend op 70 veerboten per jaar, is gepland. Het tijdschrift TIME koos de P-12 Shuttle als een van de beste uitvindingen van 2025. Ontwerp en bouw gebeuren helemaal in Stockholm, door een team van meer dan 200 mensen.
Een computer houdt de romp in de lucht
Op de golven klapt en bonkt een Candela niet, en volgens de werf hebben zelfs passagiers die snel zeeziek worden er weinig last van. De boot gedraagt zich eerder als een wagon op een onzichtbare rail dan als een schip. Alles draait om de actieve regeling van de draagvleugels van carbon onder de romp. Honderd keer per seconde stelt een computer aan boord hun invalshoek bij. De computer krijgt zijn gegevens van sensoren in de boeg, die de aankomende golven meten, en stuurt voortdurend bij op de vlieghoogte en op het slingeren en stampen van de boot.
De natuurkunde daarachter is makkelijk voor te stellen. Een gewone romp steekt zijn energie in twee dingen: hij sleept een groot nat oppervlak door het water, en hij duwt voor en achter zich een golfsysteem mee. Vleugels nemen dat bijna allemaal in één keer weg, want onder water blijven alleen de vleugels en hun slanke stutten. Bij een Candela komt die overgang van varen naar vliegen ergens tussen 16 en 18 knopen. Daarna wordt de tocht stiller en rustiger naarmate je sneller gaat. Wie een gewone motorboot heeft, kent precies het omgekeerde.
Het verbruik maakt minstens zoveel indruk. Volgens Candela kost vliegen op vleugels 80 procent minder energie dan varen met een klassieke planerende romp. De voortstuwing komt van de C-POD, een eigen ontwerp van de werf: twee elektromotoren zonder tandwielkast, rechtstreeks gekoeld door het water waarin ze draaien, samen in een torpedovormige gondel met tegengesteld draaiende schroeven. Olie verversen hoeft niet, winterklaar maken evenmin. Het onderhoudsinterval ligt op 3000 draaiuren.
Bij theorie bleef het niet. In september 2024 stak de C-8 als eerste elektrische boot de Oostzee over, van Stockholm naar Mariehamn op de Ålandeilanden en terug: 150 zeemijl op één dag. De tocht kostte 213 kWh stroom, ongeveer € 40 tot € 50 waard. De begeleidingsboot op benzine verstookte over dezelfde afstand voor bijna € 750 aan brandstof.
Reken je die bedragen na, dan kostte de stroom een vijftiende tot bijna een negentiende van de benzine. Die hoeveelheid energie is ook ruim drie keer wat de accu van de boot bevat. Op één acculading lukte de tocht dus niet; ergens onderweg is er geladen. Hoe vaak en waar, valt uit deze cijfers niet op te maken.
Een veerboot die opstijgt
Officiële beelden en gegevens: candela.com ↗
De meeste werven houden de romp in het water
X Shore, ook uit Zweden, bouwt sobere elektrische dagboten op een gewone romp. Het Oostenrijkse Frauscher kiest voor luxe en traditionele botenbouw. Zo pakken de meeste bouwers het aan: een elektrische aandrijving in een klassieke romp. Candela begon bij de natuurkunde en tilt de romp helemaal uit het water, op zoek naar het hoogste rendement en het grootste bereik. Technisch is het merk daardoor de maatstaf op de markt voor elektrische boten, en het verschilt in karakter van de andere werven op deze site.
In het stuk over elektrische draagvleugelboten vergelijken we Candela met zijn directe uitdagers, van Vessev tot Navier. Andere boten op vleugels, van veerboten tot plezierboten, komen aan bod bij de hydrofoilboot, en aandrijving en laden in de hele markt bij de elektrische boot. Qua prijs hoort de C-8 bij het duurste derde van het aanbod aan elektrische boten. Wat de techniek betreft staat hij apart, want Candela zette als eerste werf actief geregelde vleugels onder een boot uit serieproductie.
Een Candela op een beschut meer
Op papier passen weinig boten beter bij beschut water. Veel binnenmeren in de wereld staan elektrisch varen toe en beperken of verbieden de verbrandingsmotor. Precies daar maakt Candela van het klassieke zwakke punt van de elektrische boot, het bereik, zijn sterkste troef. Vliegend komt de C-8 met minder energie verder. Langs kwetsbare oevers en in ondiepe natuurgebieden pleiten ook zijn geringe diepgang, de rust aan boord en de bijna ontbrekende hekgolf in zijn voordeel. Of een Candela op het meer van je keuze mag varen, en welke papieren je dan aan boord hebt, beslist de instantie die over dat meer gaat; daar vraag je het na.
Blijft de vraag waar je laadt. Aan een DC-lader neemt de C-8 tot 135 kW op, maar snelladers met dat vermogen zijn in jachthavens nog de uitzondering. Daar staan meestal tragere laadpalen op wisselstroom, en daaraan laad je in uren, niet in minuten. Hoe laden op het water er vandaag uitziet, beschrijft de gids over elektrische boten.
Kopen verloopt evenmin zoals je bij boten gewend bent. In Europa verkoopt Candela rechtstreeks, zonder het gebruikelijke netwerk van dealers. Een bezichtiging of een proefvaart spreek je dus met Stockholm zelf af.


