Kitefoilen, wat is dat?
Kitefoilen is kitesurfen op een board met een hydrofoil eronder in plaats van vinnen. De kite trekt zoals altijd, maar zodra er genoeg vaart in zit, tilt de vleugel onder het board je uit het water, tot ongeveer een meter erboven.
Die vleugel doet in het water wat de vleugel van een vliegtuig in de lucht doet. Boven een bepaalde snelheid levert hij genoeg lift om het hele board boven het wateroppervlak uit te duwen, en dan ‘vlieg’ je. Alleen een dunne mast raakt het water nog.
Aan de kite verandert niets: je hebt dezelfde bar in handen, hangt tegen dezelfde trekkracht in, en hoogte lopen en afvallen gaan zoals je gewend bent. Het verschil zit onder je voeten. Een twintip planeert en ligt de hele tijd met het water in de clinch; de foil snijdt er een smal spoor doorheen, terwijl het board boven de golfslag blijft.
Het duidelijkst merk je dat op dagen met weinig wind. Zodra het grootste deel van de weerstand wegvalt, heeft een kite die je op een twintip nauwelijks vooruit kreeg ineens kracht over. Daarom hebben foils het op meren in het binnenland en in beschutte baaien bij weinig wind overgenomen. Om dezelfde reden vaart Formula Kite, de klasse waarmee kitesurfen in Parijs 2024 zijn olympische debuut maakte, op hydrofoils. Een goed afgestelde foil kan zelfs sneller varen dan de wind die hem vooruitduwt. Wie voor het eerst naar een wedstrijdveld kijkt, verbaast zich daar meestal het meest over.
Kitefoilen tegenover de andere foilsporten
Bij al deze sporten hangt grotendeels dezelfde vleugel onder het board, en toch voelt een uur op het water telkens anders, door de kracht die je vooruitbrengt.
Kitefoil of wingfoil. Een kite vliegt aan lange lijnen ver boven je en trekt voor zijn formaat flink hard. Zo halen kitefoils de hoogste snelheden en lopen ze de meeste hoogte. Een wing houd je gewoon in je handen. Hij levert minder kracht, maar er zijn geen lijnen die in de war raken, opzetten kost een paar minuten en je start zonder helper vanaf een vol strand. Veel kiters hebben wingfoilen binnen een middag onder de knie.
Kitefoil of surffoil. Een surffoil haalt al zijn energie uit de deining, en zonder golven blijft hij op de kant. Een rit duurt seconden, of zo lang als de golfjes die je aan elkaar rijgt. Zuiverder wordt foilen niet, maar de dagen waarop het kan, zijn ook het moeilijkst te vinden.
Kitefoil of efoil. Een efoil heeft een eigen elektromotor en accu aan boord en kan zonder wind en zonder golven. Iemand zonder enige watersportachtergrond kan het in een middag leren. Daar staan gewicht, prijs en de tijd die je met één acculading vaart tegenover. Een kitefoil is goedkoper in aanschaf, weegt maar een fractie van een efoil en raakt nooit leeg, alleen werkt hij pas als de wind komt opdagen. Per land staat in de vaarregels voor efoils waar een efoil het water op mag; wat er voor kites geldt, staat daar los van.
Aan dezelfde boom groeien nog meer takken. Bij windfoilen staat er een tuig met een zeil boven de foil, en bij supfoilen peddel je tot de vleugel je optilt. Een foilassist zet een kleine motor op een gewoon foilboard, alleen om je op gang en in de lucht te helpen.
Wat je wint en wat je inlevert met een kitefoil
Tegenover een twintip liggen de voordelen vooral op het water. Drie van de vier nadelen merk je juist op het droge: bij het inpakken, bij de aankoop en bij het onderhoud.
Meer snelheid
De foil haalt veel waterweerstand weg
Vliegen bij weinig wind
Twijfeldagen worden dagen op het water
Minder lichamelijke inspanning
Merkbaar rustiger dan op een twintip
Scherpere bochten
De foil stuurt preciezer
Comfort staat niet in het rijtje, maar hoort er wel bij. Op een dag met korte golfslag komt op een twintip elke klap via je knieën omhoog. Op de foil blijft dat gebonk weg zodra je vliegt, omdat alleen de mast nog door het oppervlak snijdt en het board er vrij boven hangt. Minder opvallend is wat de foil met je koers doet: je loopt er veel meer hoogte mee dan met een twintip. Lange slagen, downwinders en kleine stukjes water worden daardoor een stuk bruikbaarder.
Bijna zonder geluid glij je over het water, en het kost je nauwelijks kracht. Toch voel je hoe hard je gaat.
Scherp materiaal
Aan een foil kun je je flink verwonden
Omslachtiger vervoer
Meer in te pakken dan een twintip
Hogere prijs
Duurder dan een gewoon kiteboard
Meer onderhoud
Bouten en vleugels regelmatig nakijken
Geen van die nadelen is een reden om het te laten, maar je gewoontes veranderen wel. Het materiaal pak je anders in. Naar de bouten kijk je voordat je opbouwt, en niet pas als er iets loszit en rammelt. En telkens als het board onder je wegschiet, denk je al na over waar je lichaam terechtkomt.
Wat er in een kitefoilset zit
Hoe lift, snelheid en vleugeloppervlak in elke foilsport op elkaar inwerken, staat in de uitleg over de hydrofoil. Onder een kiteboard, een wingboard en een efoil hangt in de kern hetzelfde: vier onderdelen, plus een plaat die ze aan het board vastzet.
- Mast. De verticale staander tussen board en vleugels. De meeste kitefoilmasten zijn ergens tussen 60 en 100 cm lang. Met een kortere mast val je van minder hoog en kun je in ondieper water terecht. Voor beginners is dat een pluspunt, en zij starten er dan ook vaak mee. Een langere mast laat je hoger boven de golfslag varen voordat de vleugel door het oppervlak breekt.
- Fuselage. De horizontale ruggengraat die voorvleugel en achtervleugel op een vaste afstand van elkaar houdt. Een lange fuselage maakt de foil rustiger, en het stampen, de neus die op en neer gaat, houd je dan makkelijker in de hand. Met een korte draai je sneller en voelt alles levendiger aan.
- Voorvleugel (front wing). Het onderdeel dat bijna alle lift levert en meer dan wat ook bepaalt hoe de set vaart. Grote, brede vleugels (‘low aspect’) komen al bij lage snelheid los en vergeven fouten. Slanke racevleugels (‘high aspect’) glijden beter en gaan harder, maar een slordige gewichtsverplaatsing straffen ze meteen af.
- Achtervleugel (stabilizer). De kleine vleugel achteraan houdt het geheel in evenwicht, zoals het staartvlak bij een vliegtuig. Met een andere maat of hoek verander je hoe gretig de foil wil klimmen.
- Montageplaat. De verbinding met het board: een rail waarin de plaat naar voren en naar achteren schuift, of een vaste plaat. Een centimeter verschuiven in die rail verandert de hele balans van het board. Reken op een paar keer uitproberen voordat je een vaste positie kiest.
Wat materiaal betreft, valt de markt ruwweg in tweeën uiteen. Masten en fuselages van aluminium zijn goedkoper en kunnen tegen een stootje, al betaal je dat met wat extra gewicht en een beetje doorbuiging. Volledig carbon is stijver en lichter en reageert directer, en de prijs stijgt navenant. Voor een eerste foil telt stijfheid minder dan een vergevingsgezinde voorvleugel. Met een grote vleugel op een aluminium mast leer je in een weekend meer dan met een raceset in een maand.
Het foilboard
Een foilboard voor kiters, ook wel kitefoilboard, heeft met een twintip weinig gemeen. Het is directioneel, heeft geen vinnen en is gebouwd rond een verstevigd montagepunt dat de belasting van de mast opvangt. De meeste freerideboards zijn 120 tot 140 cm lang. Daarmee heb je genoeg onder je voeten tijdens het trage, wiebelige deel van de waterstart, en toch voelt het board niet als een vlot zodra je vliegt. Bij weinig wind telt volume meer dan lengte. Op een board dat goed drijft, zet je alles klaar voordat de kite hard hoeft te werken.
Met voetbanden varen de meeste kitefoilers, en veel van hen laten ze weg zodra ze zich zeker voelen. Banden houden je op je plek als het board weer op het water neerkomt, en ze maken springen mogelijk. Zonder banden raak je veel makkelijker los van het board, en precies om die reden leren zoveel mensen het met de achterste voet los.
De kite
De keuze van de kite verandert mee. De foil heeft zo weinig trekkracht nodig om in beweging te blijven dat je twee kanten op kunt: een kleinere kite dan de wind normaal zou vragen, of je gewone maat bij veel minder wind. Voor freeride blijven opblaasbare tubekites het populairst. Ze komen makkelijk weer omhoog uit het water, houden hun vorm in vlagen, en de meeste kiters hebben er al een. Bij wedstrijden en bij weinig wind zie je vooral foilkites, kites met luchtkamers in plaats van opgeblazen tubes. Die halen meer kracht uit elke vierkante meter en blijven beter in de lucht hangen als de wind even inzakt, maar in het water vragen ze meer zorg. Weer omhoog krijgen vergt bovendien meer handigheid.
Nog één ding bij de aankoop: foilmateriaal is modulair. Masten, fuselages, vleugels en boards van dezelfde fabrikant passen doorgaans op elkaar, zodat een andere voorvleugel het karakter van de set verandert zonder dat je een nieuw board nodig hebt. Kijk na of alles op elkaar past voordat je je vastlegt, zeker als je later een kleinere, snellere vleugel wilt toevoegen.
Zo leer je kitefoilen
Mik tijdens het leren op minstens 15 knopen. Een kite die goed onder druk staat, hangt stil aan de hemel. Bijsturen hoeft dan nauwelijks, en zo heb je één ding minder om op te letten terwijl je met het board bezig bent. Zit de techniek er eenmaal in, dan heb je veel minder nodig. Geoefende kitefoilers gaan al vanaf ongeveer 8 knopen het water op, op dagen dat een twintip in de tas blijft.
Zonder een stevige basis in het kitesurfen heeft dit allemaal weinig zin, want de foil komt bovenop alles wat je met de kite al moet kunnen. En ook met die basis op zak: geef jezelf ruim de tijd. Sommigen staan na een kwartier op de foil, anderen zijn tien uur verder voordat het lukt. Met zo’n spreiding zegt een gemiddelde weinig over hoe snel het bij jou gaat. Draag tijdens het leren een helm en een impactvest, want je gaat vallen, keer op keer.
Vrijwel iedereen leert het op dezelfde manier: met de achterste voet uit de voetband. Zo vind je makkelijker je evenwicht, en bij een val ben je snel weg van het board.
Daarna verloopt het leren van kiter tot kiter in een vrij vaste volgorde:
- Houd de kite in een rustige stand en wen eerst aan de waterstart. Een foilboard wil een tragere, zachtere trek dan een twintip. Eén ruk aan de kite en de vleugel komt al omhoog voordat je goed en wel op het board staat.
- Vaar eerst over het oppervlak, met de foil nog helemaal onder water. Gewicht naar voren, weinig snelheid, de kite stil. Sommigen doen daar alleen al een hele sessie over.
- Probeer korte, bewuste vluchtjes. Haal wat druk van je voorste voet en het board komt omhoog; zet de druk terug en het zakt weer. Twee seconden vliegen telt al als een overwinning.
- Leer bewust te landen in plaats van te crashen. Gewicht naar voren, board terug op het water, doorvaren. Kiters noemen dat ‘touch-and-go’, en juist die vaardigheid maakt van wild gespartel beheerst varen.
- Houd de kite lager dan je instinct je ingeeft. Beginners vliegen hem vaak hoog, en dan tilt hij je van het board in plaats van je vooruit te trekken.
- Maak de vluchten langer. Houd je tien of vijftien seconden een constante hoogte vast, dan voelt hoogte lopen ineens belachelijk makkelijk, en op dat moment valt alles op zijn plaats.
- Leer goed vallen. Plat en breed, weg van het board, en nooit met je hoofd voorop het water in op de plek waar de foil zit. Dreigt het board je in te halen, houd je armen dan tegen je lichaam en blijf even onder water.
De klassieke beginnersfouten hangen allemaal met elkaar samen: te ver naar achteren staan, de bar te ver aantrekken en naar het board staren in plaats van vooruit te kijken. Begin bij je ogen. Kijk waar je heen wilt, en je gewicht komt meestal vanzelf goed.
Veiligheid en onderhoud van een kitefoil
Wat je zoekt, is vlak en diep water. Een mast is lang genoeg om in ondiep water de bodem te raken, en een foil die met vaart in het zand slaat, zet het board op slag stil terwijl jij doorvliegt. Leer het op een plek met ruimte benedenwinds, met water dat ruim boven je hoofd staat, en zonder zwemmers of afgemeerde boten waar je neerkomt.
Waarom het zo diep moet zijn, zie je aan je eigen mast. Zolang het board nog op het water ligt, hangt de vleugel een volle mastlengte onder het oppervlak. Met een mast van een meter zit de vleugel dus al een meter diep, nog voordat je ook maar een seconde vliegt.
De meeste kitefoilers gebruiken geen boardleash. Op een twintip is een leash handig. Op een foil hangt er dan een scherp, zwaar voorwerp aan een kort elastiek, en na een val kan dat met vaart naar je terugschieten. Precies daarom is bodydraggen terug naar je board een basisvaardigheid die je moet beheersen voor je eerste keer op de foil, en niet pas daarna.
Een helm en een impactvest zijn de standaarduitrusting, en ook na de leerfase houd je ze beter aan. Sommige kiters dragen er een licht shirt met lange mouwen of een dun wetsuit bij, puur om contact met de vleugels minder hard te laten aankomen. De achterrand van een vleugel van carbon kan namelijk echt scherp zijn.
Waar je met een kite het water op mag, verschilt van land tot land en vaak ook van meer tot meer of van strand tot strand. Tijdvakken, plekken om op te zetten en te starten, ruimte voor zwemmers en beschermde natuur: overal is het anders geregeld. Kijk het na voor je opbouwt, en varen er al kiters, vraag het hun dan eerst. Zij kennen meestal de afspraken waardoor iedereen er welkom blijft.
Onderhoud en vervoer
Een foil vraagt meer zorg dan een twintip. Het lijstje is kort, maar overslaan kun je niets. Spoel na een dag op zout water alles af met zoet water, de bouten en schroeven inbegrepen. Controleer de bouten regelmatig. De kracht loopt van vleugel via mast naar board door een handvol schroeven, en trillingen draaien die na verloop van tijd los. Wat één keer is losgeraakt, raakt opnieuw los. Draai de bout dan opnieuw vast met het juiste aanhaalmoment, in plaats van hem op het strand even aan te draaien.
Heb je een aluminium mast met roestvrijstalen bouten, dan zit het gevaar in corrosie tussen die twee metalen, die op den duur een verbinding laat vastlopen. Een beetje anti-seize op de schroefdraad bij het monteren voorkomt het meeste. Haal de foil daarnaast af en toe uit elkaar en laat hem niet het hele seizoen in elkaar zitten. Onderdelen van carbon vragen een ander soort aandacht. Bekijk na elk hard contact de voor- en achterranden op beschadigingen, want via een beschadigde rand dringt water het laminaat binnen.
Dan het vervoer. Een foil gaat uit elkaar in mast, fuselage en vleugels, en alleen daardoor krijg je hem überhaupt ingepakt. Gevoerde hoezen voor de vleugels heb je al terugverdiend zodra er achterin de auto voor het eerst een board overheen schuift. Reken bij elke keer foilen op een paar extra minuten: bij het begin om de foil te monteren, bij het eind om hem te demonteren en op te bergen.
Veelgestelde vragen
Waarin verschilt een kitefoil van een gewoon kiteboard?
Onder het board zit een hydrofoil op de plek waar een gewoon kiteboard vinnen heeft. De kite levert nog steeds de trekkracht, maar de vleugel eronder wekt lift op. Met een beetje vaart komt het board zo vrij van het water en zweef je tot zo’n meter erboven.
Wat zit er in een kitefoilset?
Een foil (mast, fuselage, voorvleugel, achtervleugel en montageplaat) met een foilboard zonder vinnen. De kite die je al hebt, kan in de regel mee.
Hoeveel wind heb je nodig om te kitefoilen?
Rond de 15 knopen of meer zolang je het nog leert, omdat een kite met flink wat druk zich makkelijker laat sturen dan een slappe. Later kan het met veel minder: wie de techniek beheerst, vertrekt al bij zo’n 8 knopen, wind waarbij de twintips op het strand blijven liggen.
Heb je een speciale kite nodig om te kitefoilen?
Nee. Een gewone tubekite volstaat, en door de foil kan het zelfs een kleinere maat zijn.
Moet je al kunnen kitesurfen voor je gaat kitefoilen?
Ja, de basis moet stevig zitten: zelfverzekerd waterstarten, hoogte lopen, jezelf redden en bodydraggen naar je board. De foil voegt er een tweede evenwichtsoefening aan toe, en die leer je een stuk vlotter als het sturen van de kite al vanzelf gaat.
Hoe lang duurt het om kitefoilen te leren?
Heel verschillend. De een vliegt na een kwartier, de ander heeft tien uur op het water nodig voor een eerste schone, beheerste vlucht. Plan geen einddatum, gun jezelf tijd en reken onderweg op heel wat valpartijen.
Hoe gevaarlijk is kitefoilen?
Het grootste risico zit in het materiaal. Een mast en een set vleugels zijn hard, dun en vaak scherp, zodat een val op je eigen foil meer pijn doet dan een val op een twintip. Draag een helm en een impactvest en laat je plat en weg van het board vallen. De meeste kiters laten de boardleash bovendien thuis, zodat de foil niet naar ze terug kan veren.
Waar kun je kitefoilen?
Op vlak water met veel diepte, want in ondiepe stukken kan de mast de bodem raken.
Is kitefoilen een olympische sport?
Ja. Op de Spelen van Parijs debuteerde kitesurfen met Formula Kite, een klasse die op hydrofoils vaart.
