Zo tilt een foil je supboard uit het water
Bij het kitefoilen trekt een kite je vooruit, bij het windfoilen een zeil. Op een supfoil doet alleen je peddel dat werk. Voor de rest werkt het precies zo. Onder het board hangt een vleugel die meer van je gewicht overneemt naarmate je harder gaat, tot de romp loskomt en je over het water glijdt in plaats van erdoorheen. Supfoilen is suppen, voluit stand-up paddle, met een hydrofoil onder je board.
Wat de foil je oplevert, is veel minder weerstand. Zodra het board vliegt, snijden alleen de mast en de vleugel nog door het water, en het oppervlak houdt je niet meer tegen. Daardoor blijf je in beweging op deining die veel te klein is voor een gewone sup. Langs een kort stuk kust maak je zo een veel langere tocht. Voor de snelheid en het gevoel dat je zweeft, is het leren al de moeite waard.
Die extra snelheid alleen al maakt van peddelen een andere sport.
Vliegen begint met snelheid, en die krijg je van een golf, een bult in de deining of een boot die je voorttrekt. Die eerste duw zet de voorvleugel aan het werk. De lift groeit en het board komt uit het water. Vanaf dat moment houden je evenwicht en het ritme van je peddelslagen de vlucht gaande.
Een supfoil bestaat, net als elke andere foil, uit een mast, een fuselage, een voorvleugel en een achtervleugel. Het karakter komt van de voorvleugel: die maakt de lift, en webwinkels noemen hem de ‘front wing’. De achtervleugel of ‘stabilizer’ erachter voorkomt dat de neus ongecontroleerd omhoog- of omlaagschiet. Hoeveel ruimte er tussen board en water zit, legt de mast vast. De fuselage bepaalt hoe snel het geheel reageert als je je voeten verplaatst. Hoe die onderdelen samen lift maken, lees je uitgebreider in de uitleg over de hydrofoil.
Wie de eerste keren doorzet, ontdekt meestal waar foilers aan verslingerd raken: pompen. Terwijl de foil vliegt, duw je het board met je benen ritmisch omlaag en laat je het weer omhoogkomen. Zo geef je de vleugel energie terug en houd je de vlucht vast tussen twee golven. Beheers je dat goed genoeg, dan rijg je de ene bult aan de volgende. Daarop draait downwind foiling, en ook in het Nederlands heet het zo. Je gaat met de wind mee over open water en volgt de deining kilometers lang zonder het water nog te raken. Die tak van de sport is uit het supfoilen gegroeid.
Supfoilmateriaal kiezen en onderhouden
Het eerste echte compromis sluit je bij de voorvleugel. Met een grote voorvleugel kom je veel makkelijker op de foil, maar je levert topsnelheid in. Een kleinere vleugel is sneller en speelser. Opstijgen gaat er moeizamer mee, en je balans moet beter zijn. De meeste foilers leren sneller met meer vleugeloppervlak dan ze denken nodig te hebben, en kiezen pas later een kleinere maat.
Kijk bij het board eerst naar het volume. Met veel liters onder je voeten sta en peddel je comfortabel voordat je vaart hebt, en in het begin scheelt dat enorm. Boards met weinig volume zijn bedoeld voor foilers die het omhoogpeddelen zonder golf al onder de knie hebben. Bij de lengte ruil je, net als bij de vleugel, het ene voordeel in voor het andere. Een lang board ligt rustiger en pakt makkelijker een golf, maar draait traag. Breedte en dikte bepalen hoe stabiel het board is en hoe hoog je kunt varen.
Ook de mastlengte bepaalt veel van het gevoel. Op een korte mast blijf je dicht bij het water, en dat vergeeft veel in ondiep water en kleine golven. Een langere mast geeft je ruimte om hoger te vliegen, zodat je op kort, onrustig water en op deining in open water minder snel het oppervlak raakt. Een aluminium mast is de goedkope en robuuste keuze. Een mast van carbon weegt minder en buigt minder door, en dat merk je meteen: de foil reageert preciezer.
Stem de set af op je eigen niveau en je lichaamsgewicht, en laat het model waarop een goede foiler staat voor wat het is. Moet een motor het zware werk doen, dan maakt een foilassist van hetzelfde board een board met elektrische hulp. Bij downwind foilen neemt de motor dan het lastigste deel over, het opstijgen, en daarna vaar je vaak zonder stroom verder op de deining. Een sup met motor kan het peddelen helemaal overnemen, al gaat de peddel als reserve altijd mee. Omdat er geen vleugel diep onder het board hangt, kan zo’n sup ook in ondiep water varen.
Een topsnelheid vind je alleen bij Stoke, van alle merken die we op de pagina over de foilassist vergelijken. Duotone noemt wel een vliegtijd, maar zwijgt over stuwkracht en topsnelheid; Foil Drive geeft de stuwkracht en laat de topsnelheid bij al zijn systemen open. Meer dan de snelheid waarop de vleugel gaat dragen, hoeft zo’n systeem ook niet te halen.
Een foil bestaat uit nauwkeurig gevormde vlakken, vastgeschroefd aan een metalen constructie die haar hele leven in het water doorbrengt. Spoel na elke keer op het water alles af met zoet water, en sla dat na zout water nooit over. Laat de foil drogen voor hij terug in de tas gaat. Haal de mast af en toe van het board, in plaats van hem een heel seizoen gemonteerd te laten.
Controleer de schroeven voor je het water op gaat. Roestvrijstalen bouten in een aluminium mast zitten door galvanische corrosie na verloop van tijd muurvast. Gebruik dus een geschikte pasta tegen vastlopen en draai de verbindingen af en toe los. Wacht daar niet mee tot je op de parkeerplaats de kop van een vastgelopen bout rond draait. Voelt de foil vaag onder je voeten, dan zit er vaak een bout in de fuselage los.
Bescherm de vleugels onderweg. Hun voor- en achterranden zijn dun. Een schilfer uit een van beide merk je op het water aan de prestaties, en later kan de vleugel op die plek delamineren. Een foil die los in de kofferbak rammelt, komt er zelden heel uit; een vleugelhoes kost weinig vergeleken met een nieuwe voorvleugel.
Golven en waterdiepte voor een supfoil
Leer op kleine golven die traag en lang doorlopen en zacht breken, op een plek waar je goed ziet waar dat gebeurt. Hoe voorspelbaarder de golf, hoe makkelijker je het moment van opstijgen kiest. Een steile golf die snel breekt, laat je een fractie van een seconde. Zo leert niemand het.
Je gewicht bepaalt hoe groot die golf moet zijn. Weeg je minder dan 70 kg, dan volstaan golven van 30 tot 60 cm. Vanaf 80 kg zoek je er meestal een van 50 tot 80 cm, want een zwaarder lichaam heeft meer duw nodig voordat de foil genoeg lift opbouwt. Voor wie tussen die twee gewichten zit, noemt de vuistregel geen eigen bereik. De twee bereiken overlappen wel: de hoogste golven uit het eerste vallen ook in het tweede.
Onder het board moet minstens 100 tot 120 cm water staan, anders raakt de foil de bodem. Per model verschilt hoe diep de foil steekt: de mast alleen al is een halve meter tot een volle meter lang, en bij een val zak je daar nog een eind onder. Let verder op stroming: die maakt je minder stabiel en duwt je van de lijn die je wilde varen. De wind telt mee. Zijwind maakt het lastiger om je evenwicht te houden, een lichte wind in de rug helpt je juist op de foil.
Een zandbodem is veel vriendelijker voor een carbon vleugel dan rif of rots. Zolang je nog vaak valt, kies je daarom een strand waar de golven boven zand breken, en geen ondiepe doorgang door een rif. Kijk ook naar de drukte. Een foil tussen surfers die op hun golf wachten, is een gevaar voor iedereen daar. Zoek een lege hoek op, ook als de golven daar minder uitnodigen.
Met een foil onder je sup val je op sommige plekken onder andere regels dan met een gewone sup, en niet elk land of elk strand regelt dat hetzelfde. Ga dat na voordat het board van het autodak komt. Daarnaast gelden ongeschreven regels: zwemmers, surfers en andere suppers geef je ruim baan zolang er een geslepen vleugel onder je board hangt.
Het water in ga je met het board ondersteboven, de foil omhoog. Waad door tot je minstens 120 cm water onder je hebt, en draai het board pas daar om. Zo schraapt de vleugel nooit over de bodem en blijft hij heel. Blijf ook daarna op de diepte letten, zeker als je naar een zandbank afdrijft.
Zonder bescherming ga je niet het water op. Een leash, een helm, neopreen schoenen en een drijfvest vormen bij het supfoilen de basis. Oefen nooit vlak bij andere mensen: foilvleugels zijn scherp en zwaar, en wie ertegenaan botst, kan ernstig gewond raken.
Op snelheid komen en loskomen
Elke keer dat je met een supfoil vertrekt, zoek je hetzelfde: de snelheid waarbij de vleugel gaat dragen. Er zijn vier gangbare manieren om die te vinden, en ze passen bij heel verschillende foilers.
- Een kleine golf pakken, zoals op een gewone sup. Dat is de klassieke route en de weg die de meeste beginners kiezen, omdat de golf je de versnelling cadeau geeft.
- Slepen achter een boot of waterscooter, in een rustig tempo. Zo haal je twee vaardigheden uit elkaar: je voelt hoe de foil zich in de lucht gedraagt, zonder tegelijk een golf te moeten lezen. Veel foilers vinden op die manier hun eerste stabiele vlucht.
- Deining met de wind mee volgen op open water. Een bewegende bult peddel je op, daarna kom je op de foil en pomp je door naar de volgende. Van alle vormen van supfoilen geeft deze de meeste voldoening en vraagt ook het meest: conditie, een pompbeweging waar je op kunt rekenen en vertrouwen ver uit de kust.
- Op vlak water omhoogpeddelen met een grote voorvleugel. Geen golf en geen sleep, alleen korte, explosieve slagen tot het board loskomt. Sterke peddelaars lukt het. Anderen bewaren het meestal voor later.
Welke route je ook kiest, bouw het in stappen op. De eerste keren vaar je op je knieën, zodat je leert wat de foil doet voordat je erop moet staan. Mik daarna op korte vluchten van een seconde of twee, en zet het board bewust neer in plaats van te wachten tot het je eraf gooit. Lange vluchten bouw je op uit korte, die je aan elkaar rijgt; langer blijven hangen helpt daar niet bij.
Al vroeg duiken twee klassieke fouten op. Leun je te ver achterover, dan klimt het board tot de vleugel door het oppervlak breekt, zijn grip verliest en je laat vallen. Dat heet ventilatie, en je lost het op met minder gewicht op je achterste voet. Schommel je tussen neus omhoog en neus omlaag, dan heb je last van ‘porpoising’: het board duikt en klimt om beurten, als een bruinvis in de golven. Doorgaans komt dat doordat je te laat en te sterk corrigeert. Kleinere gewichtsverschuivingen, eerder ingezet, verhelpen beide fouten.
Veelgestelde vragen
Wat houdt supfoilen in?
Suppen op een board waar een hydrofoil onder hangt. Je peddelt tot je genoeg vaart hebt; vanaf dat punt levert de vleugel onder water zoveel lift dat de romp vrijkomt, en peddel je verder terwijl het board boven het oppervlak zweeft.
Heb je golven nodig om te supfoilen?
Niet altijd. Wat je echt nodig hebt, is een eerste portie snelheid. Die komt doorgaans van een kleine golf of wat deining op open water, maar je kunt je ook achter een boot of waterscooter laten trekken. Sterke foilers met een grote voorvleugel komen op vlak water op eigen kracht los, al is dat de zwaarste manier om ermee te beginnen.
Is supfoilen moeilijker dan efoilen?
Ja. Op een efoil duwt een motor je vooruit, terwijl je hier de snelheid zelf maakt met de peddel en de vlieghoogte alleen met je lichaamsgewicht regelt. De meeste beginners zitten de eerste keren op hun knieën of halen maar heel korte vluchten, en pas daarna staan ze op en blijven ze overeind.
Hoe diep moet het water zijn om te supfoilen?
Reken op minimaal 100 tot 120 cm. Is het ondieper, dan kunnen mast of vleugel de bodem raken; dat kan de foil beschadigen en je zonder waarschuwing van het board werpen.
Welke voorvleugel neem je als beginner?
Een grote: die draagt je al bij weinig snelheid en vliegt rustiger. Topsnelheid mis je tijdens het leren niet.
Welk supboard heb je nodig voor een foil?
Voor de eerste pogingen een board met veel volume, zodat je al rechtop kunt staan en peddelen voor je vaart maakt. Hoe langer het board, hoe kalmer het op het water ligt en hoe eerder je een golf te pakken hebt; wendbaar is het dan wel minder. Weinig volume is iets voor wie zich al zonder golf omhoogpeddelt.
Welke mast past bij een beginner?
Kort. Zo’n mast vergeeft meer in ondiep water en in kleine golven.
Wat is downwind foiling?
Supfoilen met de wind in de rug, over open water. Op een deiningsgolf peddel je omhoog, dan kom je los en pomp je van de ene bult naar de volgende, soms kilometers achter elkaar zonder dat het board het water raakt. Daar heb je conditie voor nodig, een pompbeweging die niet hapert en genoeg zelfvertrouwen om een eind van de kant te varen.
Wat draag je voor je veiligheid op een supfoil?
Een leash, een helm, een impactvest of drijfvest en neopreen schoenen. Vleugels en achterranden van een foil zijn scherp, dus houd afstand tot anderen op het water en oefen nooit op een plek waar het vol ligt met surfers.
