Foilen zonder zeil en zonder motor
De golf levert de vaart, met je armen peddel je erin, en onder het surfboard hangt een foil die het board optilt. Een kite, een zeil, een wing of een elektromotor komt er bij surffoilen niet aan te pas, ook al gebruiken veel mensen ‘foil surfen’ voor al die vormen van foilen.
Zoek je een van die andere vormen, dan zit je elders beter. Een efoil heeft een elektromotor en redt zich zonder wind en zonder golven. Bij wingfoilen houd je een opblaasbare wing in je handen, bij windfoilen blijft het windsurfzeil op het board staan en bij kitefoilen trekt een kite je voort. Op een supfoil haal je de snelheid met een peddel. Ze werken allemaal met een vleugel onder water die lift maakt en daarmee het board draagt; per sport verschilt wat je vooruitbrengt, en dat merk je op het water meteen.
Veel foilers wisselen tussen die sporten, en daar heb je wat aan. Vooral wingfoilen en supfoilen geven je vliegtijd zonder dat je op een golf hoeft te wachten, en juist die tijd in de lucht is schaars zolang je nog aan het leren bent.
Een board voor het surffoilen heeft geen vinnen: op hun plaats zit de hydrofoil. In water, dat vele malen dichter is dan lucht, heeft de vleugel maar weinig snelheid nodig om veel lift te leveren. Die lift tilt het hele board uit het water, zodat je erboven ‘vliegt’ in plaats van erdoorheen te ploegen. Raakt er van het board bijna niets meer het water, dan valt de weerstand grotendeels weg. Je gaat merkbaar sneller, en een bocht kost veel minder moeite dan op een gewoon shortboard.
Surfers beschrijven hun eerste echte vlucht vaak als het moment waarop het lawaai wegvalt. Het zoemen en klapperen van een board dat over korte golfjes stuitert, houdt op, en wat overblijft is bijna volledige stilte en een lange, gewichtloze boog. Voor dat gevoel nemen ze de lange leertijd op de koop toe. Nieuw is het idee niet. Bij de eerste foilproeven met tow-in, aan het eind van de jaren 1990 op Hawaï, hingen er foils die van het windsurfen kwamen onder boards voor grote golven. Sindsdien is het materiaal steeds kleiner en beter geworden.
Zo zit een surffoil in elkaar
Een hydrofoil bestaat uit vier hoofdonderdelen: de mast, de fuselage, de voorvleugel en de achtervleugel. Via de mast zit het board vast aan het vleugelstelsel onder water, en de fuselage verbindt de twee vleugels met elkaar. De voorvleugel, in het Engels de ‘front wing’, levert het grootste deel van de lift. De kleinere achtervleugel, vaak ‘stabilizer’ genoemd, houdt het geheel rustig en voorspelbaar.
Met die onderdelen stem je de surffoil af. Een korte mast houdt je dichter bij het water en vergeeft meer als de vleugel door het oppervlak breekt. Een langere geeft je ruimte boven hobbelig water. Met de voorvleugel is het net zo. Een grote komt vroeg los en vliegt langzaam, precies wat je als beginner zoekt. Een kleinere vraagt meer snelheid, draait strakker en reageert op elke kleine beweging. Een lange, smalle vleugel (high aspect) levert een deel van die wendbaarheid in voor glijvermogen en topsnelheid.
Voor het board geldt dezelfde redenering. Wie leert golven in te peddelen, begint meestal op een board met meer drijfvermogen, dat deining makkelijk oppakt. Naarmate je timing beter wordt, ga je naar een board met minder volume.
Kwetsbaar is dit materiaal ook. Na een dag in zout water gaat de foil onder de zoetwaterkraan, want het zout begint bij de schroeven en de verbindingen. Onderweg zitten de vleugels in een hoes, en op harde grond ligt het board altijd met de foil omhoog. Na contact met de bodem of een rots tast je de randen af. Bekijk dan ook de verbinding van mast en board en die van vleugel en fuselage. Een kerfje in een rand is zo hersteld. Een scheur in een verbinding merk je pas op het water, als hij het onder belasting opgeeft.
Loskomen en op hoogte blijven
Het vliegen komt ook hier pas als laatste, na het board en de snelheid. Op een surffoil peddel je een golf in en sta je op zoals je dat als surfer gewend bent. Pas daarna laat je de foil zijn werk doen.
Met je gewicht stuur je wat de vleugel doet. Gewicht naar achteren geeft de voorvleugel een grotere invalshoek, en het board begint te klimmen. Gewicht naar voren laat het board zakken, tot het weer op het water ligt. Op één hoogte blijven vliegen vraagt een stroom kleine correcties met je voeten, zoals een snowboarder voortdurend op zijn kant bijstuurt.
In het begin gaat het vooral op twee manieren mis. Staat er te veel gewicht achterop, dan komt de foil boven water, vindt de vleugel geen houvast meer en zakt het board onder je weg. Te veel gewicht voorop drukt de neus hard in het water: het board stopt abrupt en jij gaat er in een boog overheen. Beide fouten horen bij het leren. In kleine golven doen ze veel minder pijn dan in golven waar kracht achter zit, en zodra je voeten weten hoeveel speling er is, verdwijnen ze.
Tussen die twee fouten ligt de zone waarin de vleugel rustig vliegt. Met elke wiebelige vlucht in het begin kom je daar een stukje dichter bij.
Vlieg je eenmaal stabiel, dan is pompen de volgende stap. Ritmisch belast je de vleugel, op en neer, en zo houd je de foil in de lucht zonder dat er nog een golf onder zit. Elke keer dat je benen het board omlaag drukken, krijgt de vleugel energie terug. Zo wordt één korte rit een lange. Met de vaart van het eind van een golf steek je het vlakke stuk over, en je staat al op de volgende lijn voordat die binnenkomt. Geen vaardigheid kost meer tijd, en aan niets zie je beter dat iemand er echt uren in heeft gestoken.
Op dagen waarop inpeddelen hopeloos is, zetten sommige surffoilers een foilassist in. Die elektromotor brengt hen op de foil en helpt om deining aan elkaar te knopen. Zodra ze vliegen, surfen ze de golf op eigen kracht verder, en de motor neemt zo de duw over die een schone golf anders levert. Er bestaan drie bouwvormen. Een pod klem je op je eigen mast, waardoor al je vleugels bruikbaar blijven. Duotone bouwt de motor in een eigen mast, en Fliteboard zet een waterjet midden in het board, waaronder je je eigen mast en vleugels monteert. Lift gaat met de LIFTX een stap verder: een complete hybride efoil die met de motor uit als surffoil werkt.
Elk merk laat in zijn gegevens iets anders weg. Foil Drive, uit Australië en de eerste in dit segment, vermeldt de stuwkracht van zijn systemen maar geen vaartijd. Bij Duotone is het omgekeerd: een vaartijd, en over stuwkracht niets. Een topsnelheid publiceren ze geen van beide. Van de merken die we voor de foilassist naast elkaar hebben gezet, noemt alleen Stoke er een.
Waarom slappe deining al genoeg is
Loopt een golf uit, dan peddel je niet terug, want je glijdt op de foil verder. Dat is een van de grootste voordelen, en daarmee ziet een hele dag in het water er anders uit. Ineens kun je terecht op spots waar gewoon surfen nooit zin had, ook als de deining amper tot je knieën komt. Hetzelfde geldt voor golven die veel groter zijn dan alles wat je met een shortboard nog zou nemen.
Een surfer rekent op een steile wand en een brekende lip. Een foil niet: de vleugel hangt een flink eind onder het oppervlak en gebruikt de duw die daar door het water loopt. Zelfs in het schuim van een golf die al is dichtgeklapt, blijft hij vliegen. Dat lukt net zo goed op lange lijnen die nooit overeind komen en op golven die zich tussen de zandbank en het strand opnieuw opbouwen. Zachte, vormeloze deining die je anders als verloren tijd zou afschrijven, wordt zo surfbaar.
Van alle foilsporten is surffoilen de puurste, en ook de sport waarvoor je het moeilijkst de juiste omstandigheden vindt. Zonder golven gaat het natuurlijk niet: een surffoil leeft van deining, en zijn terrein is daarom de kust of groot, open water. Een rit meet je in seconden en aaneengeregen bulten, niet in uren.
Surffoilen beloont wie het volhoudt, met een gevoel dat het midden houdt tussen surfen, snowboarden en vliegen.
Een scherpe vleugel onder je board
Surffoilen is geen sport om mee te beginnen. Eerst heb je stevige surfervaring nodig, en daarbovenop een heel goed gevoel voor balans, wat kracht en veel geduld. De vleugels van een hydrofoil zijn dun en scherp, en daardoor kan surffoilen een gevaarlijke sport zijn. Een slechte val kan tot ernstig letsel leiden.
Foil daarom nooit dicht bij andere mensen. Houd ruim afstand van surfers, zwemmers en alle anderen in het water, want de harde randen onder je board zijn een gevaar voor de mensen om je heen en niet alleen voor jezelf. Na een val drijft een los board verder, met de vleugels onder het oppervlak, waar niemand anders ze ziet. Een foil gaat snel en maakt amper geluid, en het uitwijken ligt dan ook altijd bij jou.
Draag altijd een helm, een impactvest of drijfvest, neopreen schoenen en een leash. Met die uitrusting daalt het risico op letsel flink, en na een val klim je veel makkelijker terug op het board. Ervaren surffoilers oefenen ook het vallen zelf. Ze laten zich plat en van het board af vallen, houden hun armen boven het hoofd als ze weer bovenkomen, en weten al onder water waar de foil gebleven is.
Waar en wanneer je het water in gaat, telt net zo zwaar. Veel surffoilers foilen op dagen waarop ze vroeger thuis zouden zijn gebleven, want juist voor kleine golven zonder kracht is dit materiaal gemaakt. Op zo’n slappe dag loopt de line-up leeg, en dan heb je de ruimte die een foil nodig heeft. De meesten zoeken die ruimte ook op het lege stuk strand ernaast of op de trage buitenbank waar niemand naar omkijkt. Om te leren is de drukke piek van een populaire reefbreak het slechtste wat je kunt kiezen.
Op sommige stranden, surfspots en binnenwateren is foilen beperkt of verboden, en zulke afspraken zijn per land en per spot anders. De regels in Nederland en Vlaanderen die we met hun bronnen hebben beschreven, gaan over de efoil, een board met motor. Wat er voor een surffoil op een bepaalde spot geldt, vraag je ter plaatse na. Kijk daarna naar de line-up. Zelfs waar het mag, geef je de sport het snelst een slechte naam door met een foil midden in een volle piek op te duiken.
Ook de diepte doet ertoe. De mast reikt, afhankelijk van het model, tussen een halve en een hele meter onder het board, en wie valt, heeft daaronder nog flink wat water nodig. Ondiep water, rotsen en dicht wier laat je met een foil links liggen.
Plussen en minnen van surffoilen
Boven het water vliegen
Een gevoel dat je nergens anders krijgt
Nieuwe spots
Minideining en grote golven werken allebei
Langere ritten
Niet terugpeddelen tussen de golven
Meer snelheid
Bijna geen weerstand die je afremt
Surfervaring nodig
Geen sport voor beginners
Scherpe vleugels
Ernstig letsel is mogelijk
Houd afstand
Foil nooit vlak bij anderen
Lange leercurve
Balans, kracht en geduld
Veelgestelde vragen
Kun je surffoilen zonder golven?
Nee, om los te komen heb je de vaart van een golf nodig. Pompen houdt het board daarna nog een tijd in de lucht. Is inpeddelen kansloos, dan brengt een foilassist sommige surffoilers op de foil. Op vlakke dagen stappen anderen over op wingfoilen of supfoilen, waarbij je ook zonder golf vliegt.
Is surffoilen hetzelfde als foilen zonder zeil?
Bijna. Een efoil en een supfoil hebben evenmin een zeil, maar daar komt de vaart uit een motor of een peddel. Op een surffoil is de golf de enige aandrijving.
Met welk board en welke foil begin je?
Met een board dat wat meer drijft en deining makkelijk oppakt, een grote voorvleugel die al bij lage snelheid loskomt en een korte mast, die meer vergeeft als de vleugel boven water komt. Kleinere maten volgen pas als je timing beter wordt.
Wat is pompen bij het foilen?
Het board met je benen ritmisch omlaag drukken en weer laten opkomen, zodat de vleugel blijft vliegen, ook als er geen golf meer onder je zit. Zo rijg je golven aan elkaar.
Welke golven zijn goed voor surffoilen?
Alles waar energie in zit, ook als het nauwelijks breekt. De vleugel werkt een eind onder het oppervlak en haalt daar zijn stuwing vandaan. Trage, vormeloze deining, een golf die zich na de bank weer opbouwt of het witte water na een close-out: het volstaat allemaal. Kleine, krachteloze dagen passen het best bij het materiaal, al kun je met een foil ook golven nemen die voor een shortboard te groot zijn.
Welke beschermingsmiddelen horen bij surffoilen?
Een leash, neopreen schoenen, een helm en een impact- of drijfvest.
Hoe gevaarlijk is surffoilen?
Riskanter dan gewoon surfen, vooral door de dunne, scherpe vleugels waaraan je je bij een val kunt snijden. Een los board met de foil eronder is ook voor anderen een gevaar.
Is surfervaring een voorwaarde voor surffoilen?
Ja. Surffoilen bouwt voort op je surfreflexen, en zonder die basis heb je weinig aan een foil.
